Op 11 juli 2005 heeft de provincie Fryslân een ontheffing verleend in het kader van de Flora- en faunawet aan de Faunabeheereenheid Fryslân voor het verontrusten en doden van de beschermde inheemse diersoort de Holenduif. Dit ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen. Stichting Faunabescherming, Stichting Duif, It Fryske Gea en de Fryske Feriening foar Fjildbiology hebben tegen deze ontheffing bezwaar gemaakt. Argumenten tegen de ontheffing waren onder meer dat: • er voldoende alternatieven zijn om Holenduiven te verstoren waarmee afschot onnodig en ongewenst is, • dat er geen populatiegegevens ten grondslag liggen aan het besluit en • dat er in het faunabeheerplan van de provincie slechts één door het Faunafonds geregistreerd schadegeval van Holenduiven wordt genoemd, terwijl hierin bovendien de verwachting wordt uitgesproken dat schade slechts incidenteel en zeer lokaal op zal treden. Op 13 oktober 2005 hebben FFF en IFG hun standpunt toegelicht voor een externe commissie voor bezwaar- en beroepschriften en klachten van de provincie Fryslân. Deze commissie heeft op 22 november haar advies uitgebracht aan Gedeputeerde Staten. Daarin liet de commissie weten de bezwaarschriften van IFG en FFF gegrond te achten, namelijk op de punten betreffende de voorbereiding en de motivering van de ontheffing aangaande (dreigende) belangrijke schade. De commissie was dan ook van oordeel dat het omstreden besluit niet in stand kan blijven.