Het liep al tegen het einde van de middag op 3 mei van dit voorjaar dat ik besloot om nog even een kort bezoek te brengen aan de Dellebuursterheide. Eenmaal op de parkeerplaats aan de Alberdalaan bedacht ik me en liep de natuurontwikkeling van de Diakonievene op. Langs de rand van de eerste poel stuitte ik plotseling op een enorme ringslang. Toen ik wat beter keek bleken er twee koppen aan te zitten: het was een paartje! Zoiets had ik nog nooit eerder gezien... Om die reden liep ik gauw terug naar de auto, terwijl ik ondertussen de plek waar ik ze zag goed probeerde te onthouden. Eenmaal gewapend met een fotocamera zag ik ze ineens veel dichter bij liggen, de dieren leken me gevolgd. Ik schoot snel wat plaatjes en liep toch maar door naar de oorspronkelijke plek. En ook daar trof ik nog steeds parende Ringslangen aan. Binnen 5 minuten dus twee waarnemingen, hoe is het mogelijk. Enthousiast geworden zocht ik het natuurontwikkelingsterrein verder af op ringslangen. Anderhalf uur intensief zoeken leverde weliswaar nog de nodige exemplaren op, maar geen enkele paring meer. De maanden april en mei staan bekend als paartijd van ringslangen. Mogelijk droegen de drukkende weersomstandigheden van het moment (er leek onweer in de lucht te zitten, dat echter niet doorzette) er toe bij dat ik beide toevalstreffers waarnam. Een absolute buitenkans!