Bij een van mijn zoons woedde vier jaar geleden een rupsen- en vlinderplaag. De plakker (Lymantria dispar) had bezit genomen van zijn blauwe regen (Wisteris sinensis). En, wat eerst leuk was, werd in het tweede, derde en vierde jaar een ramp. Het schuurtje werd bevolkt door honderden vlinders die er hun eitjes in afzetten en rupsen die er verpopten. Overal zaten ze: in de gereedschapskast, op de muren, de diepvrieskist, de fietsen en zelfs in de fietstassen, en elk jaar werden het er meer. Er was nog een probleem. Ze mochten niet verwijderd worden, want mijn kleinzoon Brian is een verwoed enthomoloog in de dop. "Opa, de plaag zal vanzelf stoppen".