Het hek is van de dam. Er is een wildgroei ontstaan in het verhandelen, vervoeren en houden van wilde vogels. Tot 1996 was het in ons land onder de toen geldende Vogelwet 1936 slechts mogelijk zeven soorten wilde vogels (merel, putter, sijs, groenling, kneu, vink, geelgors) te houden. Door een uitspraak van het Europese Hof mogen sindsdien alle soorten wilde vogels gehouden worden, mits de vogels voorzien zijn van een gesloten voetring. Die kan alleen worden aangelegd als de jongen nog zeer klein zijn en zou aantonen dat deze vogels in een kooi zijn geboren en grootgebracht. Dit zouden dan alleen nakomelingen kunnen zijn van de reeds eerder gemelde soorten. Toch worden in volières goudvinken, allerlei soorten steltlopers, roofvogels, uilen en tal van andere vogels gehouden. Die kunnen dus niet anders dan illegaal verkregen zijn. Vogelhandel is van alle tijden. De vogelmarkt in Barneveld was vroeger al berucht, ook die van Meppel en Liempde hebben een slechte naam. Er was toen volop controle op de naleving van de Vogelwet door onbezoldigde opsporingsambtenaren (Controleurs Vogelwet 1936, later ingelijfd bij de Algemene Inspectie Dienst), het Korps Veldpolitie, boswachters en jachtopzieners. De politie werkte met agenten Bijzondere Wetten.
Additional Metadata | |
---|---|
De Korhaan | |
CC BY 3.0 NL ("Naamsvermelding") | |
Organisation | Vogelwerkgroep Het Gooi en Omstreken |
onbekend. (2006). Vogelhandel. De Korhaan, 40(4), 93–93. |